|
Goede buitenverlichting doet meer dan alleen licht geven. Het maakt je tuin in de avond bruikbaar, verhoogt de veiligheid rond huis en oprit en zet mooie elementen zoals een boom, border of gevel in het licht. Toch wordt tuinverlichting vaak pas aan het einde gekozen. Het gevolg is te fel licht, donkere hoeken of armaturen die niet passen bij de stijl van je tuin. Met een simpel lichtplan en een paar slimme keuzes kom je al ver. Begin met het doel per zoneStel jezelf eerst de vraag wat je met buitenverlichting wilt bereiken. Meestal gaat het om:
Door per zone een hoofddoel te kiezen, voorkom je dat alles even fel wordt. Een tuin oogt rustiger als je met lagen werkt, met basislicht om te lopen en accentlicht om naar te kijken. Welke armaturen passen waarDrie soorten armaturen zie je in veel tuinen terug. Padlampen en prikspots Gebruik ze om een looproute te markeren of om beplanting van onderaf aan te lichten. Let op de bundel. Een smalle bundel geeft een duidelijk accent, een bredere bundel is zachter. Plaats bijvoorbeeld om de 2 tot 3 meter een lage padlamp langs een tuinpad, zodat je zonder verblinding de route ziet. Wandlampen en gevelverlichting Handig bij deuren en onder een overkapping. Kies bij voorkeur een armatuur dat het licht naar beneden richt, zodat je minder last hebt van inkijk en verblinding. Een wandlamp bij de achterdeur, gecombineerd met een timer, zorgt dat je altijd licht hebt als je laat thuiskomt. Grondspots Mooi voor het aanlichten van een boom of gevel, maar plaats ze slim. Te dicht op de stam of muur geeft harde schaduwen; iets verder weg levert vaak een rustiger beeld op. Let op lichtkleur, IP-waarde en energieVoor tuinen werkt warm wit meestal het prettigst, omdat het aansluit bij kaarslicht en binnenverlichting. Let daarnaast op:
Stappenplan voor een lichtplan
Wie graag zelf installeert, heeft vaak veel gemak van een laagspanningssysteem met plug-and-play aansluitingen, zoals je bij www.lightpro.nl systeemoplossingen en inspiratie vindt. Onderhoud in het kort
|